Bij gesloten maltechnieken wordt het totale pakket van (glas)vezelmatten en andere versterkingen (bijvoorbeeld schuimdelen) in één keer in de mal gelegd. Vervolgens wordt het pakket afgedekt met een bovenmal. Op een aantal punten kan de hars, onder invloed van een drukverschil, vanuit een voorraadvat (harsvat) in de mal stromen. Aan de randen van de mal (einde van de vloeiweg) wordt de overtollige hars opgevangen. Het drukverschil is een overdruk in het harsvat (drukinjectie) en/of een onderdruk aan het einde van de vloeiweg (vacuüminjectie).
Deze verwerkingstechniek wordt aangeduid met harsinjectie of Resin Transfer Moulding (RTM).
Een variant van deze techniek is vacuümfolietechniek of vacuüminjectie. In plaats van de bovenmal wordt dan een folie gebruikt die met behulp van vacuüm over het pakket wordt gezogen. Dit vacuüm is ook de drijvende kracht achter het harstransport. Via slangen stroomt de hars dan het pakket in.

Productvoorbeelden
Voorbeelden van met deze techniek geproduceerde producten zijn boten, windmolenwieken en grote bakken of vaten.
Voordelen
De cyclustijd is korter dan met handlamineren. Het product heeft aan beide zijden een glad oppervlak. Bij vacuüminjectie is het oppervlak slechts aan één zijde glad. Door het gesloten mal principe is de styreenemissie laag. Met harsinjectie is een redelijk hoog vezelvolumegehalte te bereiken (tot meer dan 50%) en een laag gehalte aan luchtinsluitsels. Het proces is schoon in vergelijking met handlamineren.