Een alternatief voor frezen is het waterstraalsnijden. Het principe hierachter is eenvoudig. Water onder zeer hoge druk (± 4.000 bar) snijdt door bijna alles heen. Veel materialen kunnen met puur water worden gesneden. Andere, hardere materialen maken het gebruik van abrasief materiaal noodzakelijk. Dit is fijn zand dat bij het water wordt gemengd en een extra schurende werking heeft. De dunne waterstraal loopt net als bij het frezen een geprogrammeerde baan af, waarmee het product wordt nabewerkt. Aan de bewegingsvrijheid van de waterstraal is een aantal beperkingen verbonden. Het kan niet volledig horizontaal worden gericht, want de doorschietende straal kan dan een gevaar voor de omgeving zijn. Daarnaast is opvang van de straal in de bak, die onder het product is geplaatst, noodzakelijk. In deze bak bevindt zich ook een voorziening om het abrasief materiaal uit het water te filteren.
Het waterstraalsnijden heeft een aantal specifieke voordelen ten opzichte van het frezen: Het gebruikte ‘mes’ is altijd scherp en oefent nauwelijks kracht uit op het product; de stofproductie is aanmerkelijk minder en er is geen warmte-ontwikkeling op het product.